|
|
8 februari

De dag is weer eens aangebroken, dat gebeurt hier regelmatig. Grootkonijn scharrelt een beetje vaag rond; hij is nog niet helemaal wakker door te weinig koffiesap, en hij heeft zijn bril nog niet op - hij heeft hem denkelijk nog niet kunnen vinden, of is tijdelijk vergeten dat hij hem heeft. Hij slaagt er wel in om de tuindeur te openen, zodat we kunnen zien hoe de wereld er vandaag voor staat. Kobus neemt, als dienstdoend konijn, plaats op de deurmat om eens te kijken wat er zich allemaal afspeelt, en brengt even later verslag uit. “Er is wat wind, en er zijn wolken die langskomen. Ze gaan allemaal dezelfde kant op. Ik zag mevrouw Merel die langs hipte, ik geloof dat ze een kangoeroe nadeed. En er zit een stelletje dikke duiven op het tuinhek te wachten. O ja, en de voerplank staat scheef.” De voerplank staat scheef? Dat moet Grootkonijn even controleren - ja, hij kan het hier vandaan zelfs zonder bril zien. Hoe is dat nou zo opeens gekomen? “Misschien door die duiven .. die zijn inmiddels zo dik door al het voer, en als ze met zijn allen aan één kant zijn gaan zitten ..” “Of misschien een vliegend varken!”, oppert Kobus. “Doe niet zo gek, Kobus, volgens mij bestaan die niet”, zegt Pien. “Denk je ook niet Grootkonijn? Ik heb er tenminste nog nooit eentje gezien!” “Nou, ik weet het niet”, zegt Grootkonijn, “maar als ze al bestaan denk ik toch niet dat ze vogelvoer eten?” En hij gaat achter de pjoeter zitten, om eens te googelen of vliegende varkens bestaan, en wat ze zoal eten. En waar je nu het beste wakker van wordt, theesap of koffiesap of iets anders. En hoe je je bril kan vinden als je bent vergeten dat je die hebt. Nou, die heeft dus voorlopig iets te doen. Maar wat gaan wij nu doen vandaag? (Ja, behalve wachten tot Grootkonijn zich herinnert dat wij af en toe ook wel eens gevoerd willen worden). Kobus besluit om een rapport te schrijven voor de Konijnenbond over nieuwe eisen voor de bouw van konijnenhokken, waarbij rekening wordt gehouden met vliegende varkens die er op kunnen landen. En Pien gaat een gedicht schrijven! Wat die vliegende varkens moeten gaan doen kunnen we zo gauw niet beslissen. Misschien moeten die dat dus zelf maar uitmaken. En als ze niet bestaan is het probleem vanzelf opgelost.
ik keek naar buiten en zag een vliegend varken maar het was niet waar |
|
|
|
|
22 maart

Het is avond, en de welbekende konijnen Pien en Kobus zitten ontspannen op het kleedje bij de voerbakken, bij het licht van een dikke schemerlamp.
[Pien] Lekker rustig hier, hè? [Kobus] Ja, en er is ook nog dijvie - rustig met dijvie, daar houd ik van. [Pien] En een mooie dikke schemerlamp, dat is ook wel gezellig. [Kobus] Dat Grootkonijn doet de laatste tijd echt zijn best om het hier gezellig te maken! [Pien] Waar is Grootkonijn trouwens, ik heb hem al even niet gezien? Raar hoor, dat hij hier zo´n mooie dikke schemerlamp neerzet, en dan ergens anders naar toe gaat. [Kobus] O die zit buiten in de tuin geloof ik - in het konijnenhok. [Pien] Wat! Is hij nu echt gek geworden?! Wat voert hij daar dan uit? Het is toch hartstikke donker! Of heeft hij daar ook een schemerlamp? [Kobus] Niet dat ik weet, nee. Maar volgens mij zit hij te wachten tot er ufo´s langskomen. [Pien] Ufo´s .. nou dat weer .. hoe komt hij nu weer op dat gekke idee? [Kobus] Weet je nog dat hij zich laatst zo druk maakte over die scheve voerplank? En dat hij toen dacht dat het misschien door vliegende varkens kwam? Nou, dat heeft hij opgezocht op het wep, en toen bleek dat vliegende varkens helemaal niet bestaan! Dus nu denkt hij dat het door ufo´s kwam. [Pien] Maar bestaan die dan wel? Want die heb ik nog nooit gezien - net zo min als vliegende varkens. Nou ja, misschien zat ik net te eten en heb ik even niet zo goed opgelet? [Kobus] Ik weet het ook niet, hoor; sommigen denken blijkbaar dat ze wel bestaan, maar anderen weer van niet. En als ik dan ga denken, raak ik in de war.
Dan gaat de deur open, en Grootkonijn komt binnen.
[Pien] Help, een ongeschoren buitenaardse vreemdeling! [Kobus] Rustig maar, Pien, het is dat Grote Konijn. Met een groen gezicht. [GK] Hallo jongens, het is behoorlijk koud buiten. En nog donker ook, maar dat zal wel komen doordat het nacht is. En ik heb de hele tijd geen ufo gezien .. ik begin te denken dat ze misschien toch niet bestaan. [Pien] Zeg Grootkonijn, waarom is je gezicht opeens groen? Of komt dat door die nieuwe schemerlamp? [GK] Nee, ik dacht, als er nu een ufo met een buitenaardse vreemdeling landt en ze zien mij, dan schrikken ze misschien. Dus als ik mijn gezicht groen schilder, zien ze iets bekends en schrikken dan niet. Want zelf zijn ze meestal ook groen, had ik begrepen. Tenminste, als ze bestaan, en daar begin ik nu aan te twijfelen. Maar zo kom ik er dus nooit achter waarom die voerplank opeens scheef stond! [Kobus] Zeg Grootkonijn, volgens mij maak je je veel te druk over sommige dingen .. [Pien] Ja, laat het nou maar gewoon een mysterie blijven. Dat is toch eigenlijk veel spannender? Dus ga nu maar gewoon ons avondeten klaarmaken, daar zijn we intussen wel aan toe. En neem zelf ook maar een koekje, en een glaasje theesap voor de zenuwen!
Nou, dat hoefde ze geen twee keer te zeggen. Gelukkig maar, want ze was zo opgewonden geworden door het vooruitzicht van het avondeten, dat ze meteen al had vergeten wat ze gezegd had. En even later zaten ze dus lekker te eten, en Grootkonijn kwam er bij zitten met een glaasje theesap en een koekje, allebei voor de zenuwen. En het was heel gezellig, zo bij het licht van een dikke schemerlamp. |
|
|
|
|
2 mei
En daar is de lente dan eindelijk! We weten niet waar ze al die tijd heeft uitgehangen, ja misschien had ze even geen zin of was ze het hele eind vanuit het zuiden met de fiets gekomen, en onderweg verdwaald en nog een lekke band of zo. Maar hoe dan ook, nu is ze hier. En het is direct weer een hele drukte in de natuur, met massa´s vogels die opeens zo nodig een ei moeten leggen en daar een hoop herrie bij produceren, en ook nog allerlei groen spul dat als kool de grond uit schiet. Hier in de tuin begint het ook aardig vol te raken. Het knikkend nagelkruid staat enthousiast te groeien rond de vijver, en het lievevrouwenbedstro (wat een dure naam eigenlijk voor zo´n klein rotplantje) rukt steeds verder op. En overal staat wederik uit de kluiten te wassen. En dan hebben we het nog niet eens over het gras! Dat is intussen zo hoog dat een uitstapje naar de vijver een heel avontuur wordt. Want je weet natuurlijk niet wat je onderweg zoal tegen kan komen, een slak of een slang of iets anders onaangenaams. En als je dan heelhuids bij de vijver bent aangekomen, zou daar natuurlijk ook van alles in kunnen zitten zonder dat je het in de gaten hebt - weet je veel, misschien wel een haai of een bloot nijlpaard. Hoog tijd dus, vinden we, dat Grootkonijn weer eens de graskniptang ter hand neemt om het gras tot beschaafde proporties terug te brengen. Maar hij zit alleen maar op de tuinbank theesap te drinken en bedachtzaam te kijken. En daar schieten we niets mee op. Intussen eten we dus ook weer nieuw groen. Want de paardenbloem is weer volop verkrijgbaar, en die krijgen we dus weer dagelijks voorgeschoteld, aangevuld met wat weegbree en een garnering van zevenblad. Dat is echt lekker, zeg! Zo lekker dat we Grootkonijn verzocht hebben om eens op zoek te gaan naar achtblad, dat zal toch ook wel bestaan. We hebben zelfs gehoord dat er ook duizendblad is, dat moet dan wel ontzettend lekker zijn! Maar Grootkonijn zit dus alleen maar op de tuinbank bedachtzaam te kijken, en wuift eens vaag naar het metershoge gras. O, bedoelt hij echt dat we dat zouden moeten gaan eten? Komt niets van in, hij pakt de knipschaar maar, of anders huurt hij maar een schaap. En als hij daar ook al geen zin in heeft, gaat hij maar eens voor ons naar de winkel om banaan te kopen. Want dat is ook lekker.
|
|
|
|
|
21 september
“Best spannend, zo 's nachts buiten, vind je niet, Pien?” “Ja hoor.” “En het is ook zo lekker rustig!” “Ja, vooral als jij even stil bent.” “Sorry, ik zal wat zachter praten - is dit zacht genoeg?” “Het is wel beter - maar kun je even helemaal niets zeggen? Dan kan ik naar de maan luisteren.”
[GK, Pien: stilte]
[Muis: ritsel ritsel]
“Wat was dat!” “O, dat was een ritselmuis, Grootkonijn.” “O gelukkig maar, ik dacht even dat het Iets Engs was.” “Nee hoor, het was gewoon een ritselmuis. En die ritselen alleen maar.” “Nou, dat is dan goed om te weten.”
[GK, Pien, muis: stilte]
“Zie je die planeet daar, Pien?” “Ja, dat is de Aarde. Die kan ik heel goed zien, zelfs in het donker.” “Nee, ik bedoel daar in de lucht.” “Dat is een ster, Grootkonijn.” “Nou, volgens mij is het een planeet, ik denk Jupiter.” “Grootkonijn doe niet zo gek. Ik bedoel, als het een planeet is dan zouden er konijnen kunnen wonen. En hoe kunnen die nou in de lucht wonen? Want als ze een gat zouden willen graven zouden ze dan in de lucht moeten gaan graven?” “Nou ja, misschien heb ik het wel mis .. hoe dan ook, of het nou een planeet of een ster is, het is in elk geval heel ver weg ..”
[GK, Pien: stilte]
“Waar zou Kobus nu ergens zijn? Ook zo ver weg?” “Ik weet het niet, Pien ..” “Misschien wel op Jupiter?” “Wie weet ..” “Maar dan zou hij geen gat kunnen graven - nou ja, daar was hij toch niet zo dol op. Maar zou hij ons kunnen zien, vanaf Jupiter?” “Ik denk het niet .. maar ik heb het idee dat hij ook nog wel een beetje hier is.” “Ja. Maar toch ook wel ver weg.”
[GK, Pien: stilte]
“Ik begin het koud te krijgen - zullen we naar binnen gaan en wat eten?” “Klinkt goed. Doe mij maar wat met dijvie. En een koekje.”
[Buiten is het nu stil. Er is alleen nog maar een muis, die blij is dat hij ongestoord kan ritselen in het maanlicht.]
|
|
|
|
|
TERUG NAAR BOVEN
|
|
|
|
|
|