't Ging regenen en waaien
de lucht werd grijs als lood
toen waren er twee haaien
al in een boerensloot
ze zongen vals als kraaien
en aten krentenbrood.

Een goed begin, vond het Grote Duistere Konijn toen hij deze regels had geschreven. Maar was het goed genoeg voor een wepsheid? En vooral een wepsheid die nog in de startblokken stond? Toen begonnen de grijze wolken van de Twijfel zich al boven zijn hoofd samen te pakken, en deden zich de eerste tekenen van kramp in zijn denkspier voor.
Gelukkig kwam er net op dat moment een kabouter langs voor een kopje thee, en de huiskonijnen kwamen er gezellig bij zitten op het grijze kleed, bespikkeld met konijnenpoepjes.
Later, toen het Duistere Konijn weer alleen was met zijn gedachten, schoot het hem te binnen dat er eigenlijk geen reden was om zich zorgen te maken: zou de wereld morgen ophouden te draaien als de wepsheid niet helemaal perfect was? Nee toch?
Maar ja, toen begon hij zich opeens zorgen te maken over de wereld, en of die niet te hard draaide of juist te langzaam, en daardoor is de wepsheid nog steeds niet uit de startblokken gekomen. En tot overmaat van ramp kon hij de startblokken niet meer vinden, had hij die niet eens per ongeluk bij het afval gezet?