Een huisje aan de dijk

Aldaar in de verste verten staat een huisje aan de dijk.
two-rabbits-in-a-landscape-c1650-haarlem-school

Het is een klein en comfortabel huisje met een hele grote tuin, Het wordt bewoond door een man die er lang voor heeft gespaard.
Elke morgen zodra de zon op is, Stapt de man naar buiten gevolgd door vele konijnen. De man inspecteert dagelijks zijn tuin, de rozenstruiken, de vlier, de wortelplantage en de paardenbloemenkwekerij. Hij bekijkt de bijen, die goed werk doen. En de vlinders die gewoon mooi zijn. Steeds is hij verbaasd dat het leven in de tuin er zo goed uitziet.
Terwijl de man daarna een klusje uitvoert, de dakgoot repareert of de schoorsteen veegt, PienBeginnen de konijnen te eten en te graven, hapjes hier en daar zodat de tuin er in de middag gehavend uitziet.
De man ziet dat nooit, want in de middag mijmert of tekent hij, Met de konijnen om hem heen. Soms tekent hij wolken, soms vlinders of iets abstracts. Maar meestal konijnen.
‘s Avonds als de man en de konijnen allang weer gerieflijk binnen zitten, Eten ze zelfgemaakte worteltaart, volgens een geheim recept. Ze drinken er van vlierbessen gebrouwen wiebelsap bij, die de ene keer wat meer naar het hoofd stijgt dan de andere keer.
KabouterOnderwijl kun je, als je goed kijkt, de kabouters uit de schuur zien komen. Ze mopperen en klagen en zeulen met harken, scheppen en gieters. Ze maken de gaten dicht die de konijnen hebben gemaakt En zaaien opnieuw in. Ze geven de planten water terwijl ze zich stiekem te goed doen aan het wiebelsap van de man. Aan het eind van de nacht verdwijnen ze weer geruisloos in de schuur.
Ze zien elkaar nooit, de man, zijn konijnen en de kabouters Maar ze kunnen niet zonder elkaar.
En zo blijft het altijd gaan, Daar aan het mooie huisje aan de dijk.

De man zuchtte diep en keek om zich heen. In de kamer had zich een vijftiental konijnen verzameld, het was tijd voor de grote voorjaarsvergadering en de opwinding was enorm.
KobusDe man zag altijd op tegen dit soort bijeenkomsten, Kobus pakte zijn voorzittersrol nooit op en Pien, de taresse, kwam nooit met de agenda. Een simpele taak, waar ze zich blijkbaar niet toe kon zetten.
Zonder agenda is het houden van de voorjaarvergadering een ‘uitdaging’, want feitelijk is dit de belangrijkste vergadering van het jaar. Er moeten voedselvoorkeuren worden bepaald, waarna zaaischema’s worden opgesteld.
In de groep zitten konijnen die denken het hele jaar door te komen op basilicum, anderen blieven alleen lof en sommigen maakt het niks uit maar die zitten op het puntje van hun stoel te wachten tot ze buiten mogen graven.
De man probeert de kakelende konijnen tot de orde te roepen en tekent een plattegrond van de tuin op het oude schoolbord.
Hij maakt vakjes en veldjes en schrijft er namen in. Charlotte’s naam staat bij de Peterselie. Ariekruidentuin en Leentje zijn verantwoordelijk voor de winterwortels, en Leentje steekt direct haar pootje op. Of de man niet gezien heeft dat ze veel te delicate pootjes heeft voor het beheer van het winterwortel veld? De man kijkt naar haar pootjes, en ziet het probleem niet maar begrijpt dat hij moet toegeven. Als Leentje wat weigert, kan je haar maar beter gelijk geven.
Een slokje wiebelsap zou de man wel lusten nu, de vergadering is al een uur opgang en de konijnen hebben het zaaischema compleet herzien. Dit wordt een lange dag, consensus is een mooi streven.
De man glipt de kamer uit met zijn glaasje wiebelsap, loopt de tuin in en besluit om aan het eind van de middag de konijnen te vragen of ze er al uit zijn.
In de tuin zingt een merel.

In de tuin ziet de man al snel dat hij niet de enige is die de drukte binnen is ontvlucht. Tussen de paarse en gele krokussen ligt Nibbit languit te genieten van de voorjaarszon.
‘Jij hier?’, vraagt de man ietwat overbodig terwijl hij haar tussen haar oren kriebelt. Nibbit kijkt verstoord op en zegt ‘Vijftien konijnen in een hok, dat geeft zeker ellende! Is het niet over het zaaischema, dan is het wel over de niet-zo-brosse stroopkoeken.’ ‘Zeg, kun je ondertussen geen tekening van me maken, zo tussen de bloemen? Lijkt me mooi voor boven mijn bed.’ De man greep al naar zijn pastelkrijtjes, want een verzoek van Nibbit is vaak een verkapt bevel. Maar wat zou het, ze lag er immers echt fotogeniek bij. Nibbit_2-testTerwijl er druk geschetst en parmantig geposeerd werd, dreven kibbelende stemmen door het open raam de tuin in.
‘Ik lust geen radijs’, ‘Vijftig vierkante meter basilicum is echt te weinig’, ‘De braamstruik moet verplaatst, hij krijgt te veel zon’… En het klonk alsof ze nog lang niet uitgekibbeld waren.
Waar noch de man noch de konijnen zich bewust van waren, was dat ze permanent werden afgeluisterd door een stel nukkige kabouters, die bromden ‘wat ze ook bedenken die langoren, het echte werk komt op ons aan.’

LeentjeLeentje kriebelde even achter haar beschaafde oortjes. Als Taresse van Dienst had ze natuurlijk de taak om alles nauwgezet te notuleren, zodat er geen Misverstanden zouden ontstaan. Bijvoorbeeld over ‘t bewerken van een Wortelveld- de gedachte alleen al! Een peterseliebedje was meer haar stijl, om nog maar niet te spreken over een heerlijk basilicumveldje.. links van de appelboom, bijvoorbeeld. Leentje geeuwde langdurig, maar wel deftig: met het linkervoorpootje beschaafd voor haar bekje.
Ze bestudeerde tevreden haar nageltjes. Nibbit had ze vanochtend even gelakt, zacht lila, in verband met het naderende Lentefeest. Leentje geeuwde opnieuw en besefte dat ze even een luchtje moest schepen. Vergaderingen waren slopend… ook in Aldaar.

Ze hipte snel door het openstaande venster- en ja: het rook overal naar Lente. In de verte zag ze een polletje enthousiaste narcissen hun best doen: hun kopjes vrolijkstemmend geel.
Ze haalde diep adem, wapperde met haar oortjes en… kon nog net op tijd een stuk brosse stroopkoek vermijden- dat plotseling uit het raam werd gegooid. Allemachtig! Dat moest Arie zijn die een Mening kracht bijzette- zo was hij vroeger ook als hij niet snel genoeg….
Plotseling hoorde Leentje iets, maar voordat ze kon bedenken wat het was, werd er een grote lap over haar heen gegooid. De lap rook sterk naar Kabouter en een luid, woedend gegrom bevestigde dat…

Gargar (want die was het) knorde tevreden. Hij wikkelde de lap stevig om het elegante konijnenlijfje- en voerde Leentje als een soort postpakketje mee onder zijn arm. Een paar meter verderop leunde ‘n andere nurkse kabouter tegen een bakfiets.
kabouter_3‘Ik heb haar te pakken!’ grauwde Gargar tegen zijn collega. ‘Mooi!’ antwoordde deze ‘dan kunnen we eens uitgebreid gaan  nadenken over het losgeld. Er moet maar eens ‘n einde komen aan dat geploeter van ons..’ Hij lachte akelig en kneep in het pakketje onder Gargars arm. Een zielig piepje ontsnapte aan het morsige zeildoek…

Zachte luchtstroompjes voerden dat zielige Piepje op hun vleugels mee… om te eindigen bij Nibbit. Ze schoot omhoog uit haar modellenpose en keek woedend in de richting van het Piepje.
‘Alsjemenou!’ riep ze luid. ‘Ik vermoed Onrecht!! Bovendien ruik ik…nee, dat kan toch niet waar zijn…  ik ruik Kabouter!’

Nu zou de niets vermoedende lezer kunnen denken dat Nibbit Kabouter het tandenloze konijn rook, want die bevond zich samen met Krummel ook in de tuin. Nibbit rook echter een kabouter, iets heel anders en een stuk minder aangenaam…

Onze Kabouter en Krummel hadden zich ook onttrokken van de voorjaarsvergadering. Kabouter vond die vergadering altijd deprimerend en Krummel toont zich immer solidair met zijn beste vriend. Hij begrijpt Kabouters gevoelens ook goed, want voor altijd gebonden zijn aan een dieet van geweekte brokjes, tja daar wordt de ware gourmand niet blij van.

De 2K’s, zoals hun bijnaam luidt, zaten overigens aan de slootkant een beetje te mijmeren en te kijken hoeveel kievitten ze zagen. De 2K’s zijn de vogelaars van het huis, immer speurend naar de eerste zwaluw. Daarbij mogen ze dan onderling graag een boom opzetten over het waarnemen van de laatste zwaluw, als voorteken voor de winter. De eerste zwaluw waarnemen is makkelijk, je moet wel goed opletten maar meer behelst het niet. Maar de Laatste, hoe weet je nou wat de laatste is? Dat kan je alleen achteraf concluderen.
En Nibbit, die was na opgeschrikt te zijn door gepiep, eigenlijk direct weer afgeleid doordat ze de 2K’s zag en die zijn altijd wel in voor een praatje. Het leek erop dat het verdwijnen van arme Leentje aan ieders aandacht was ontsnapt.

Aan ieders aandacht?
Nee, een klein, bescheiden Nijn was in de appelboom geklommen, alwaar ze vanuit haar boomhut een geweldig uitzicht had over gans Aldaar. Het was de zachtmoedige Catootje, die zich al snel had teruggetrokken toen de vergadering in gemopper en gedoe leek te verzanden. Ze mijmerde tevreden en keek net naar een grappig citroenvlindertje (dat de lente aankondigde: in Catootjes beleving kondigde het eerste citroentje de lente aan- en niet die vinnige zwaluwtjes. Maar ja, men had nu eenmaal het recht om van mening te verschillen, wat de Voortekenen betrof.) Hoe dan ook: ze werd in haar mijmeringen gestoord door het vleugelgedragen piepje. Catootje schoot overeind- en spiedde nauwkeurig rond… en in de verte nam ze iets onaangenaams waar. Twee morsige kaboutergestalten, een bakfiets en een pakketje onder een kabouterarm. Het pakketje leek af en toe te bewegen en tot haar grote ontsteltenis hoorde Catootje andermaal een zacht piepje.
Ze bedacht zich geen moment en sprong.. hop! uit de boom op de grond. (Dat had ze in haar vroegere leven van het Kattenbeest geleerd- en het kwam haar nu goed van pas.)

Catootje hupte snel naar een schuurtje. Het was geen gewoon schuurtje, maar een soort miniatuurhuisje, naast de seringenboom, die al in knop stond. Groen/wit geschilderd, een allerliefst deurtje met een hart in het midden. En ter linkerzijde: een koperen trekbel. Catootje opende de deur en liep snel naar de keuken. In die keuken stonden een aantal flessen op het aanrecht: Wiebelsap van de allerbeste kwaliteit.
Ze pakte twee bekers uit de kast en vulde de bekers met Wiebelsap-op-basis-van aardbeien. Daarna verdween Catootje in een van de keukenkastje en kwam er (een beetje stoffig) weer uit; een heel klein flesje in de rechtervoorpoot..
Ze veegde het stof uit haar snorharen en opende het flesje..

Voorzichtig droeg Catootje een dienblad met daarop de twee goedgevulde bekers richting kaboutergeknor. Ze hoorde Gargar net een verhandeling geven over regenbogen in het algemeen.. en lente-regenbogen in het bijzonder. Hij had nog steeds ‘t pakketje onder zijn arm geklemd- en uit dat pakketje stak een tamelijk boos bewegend achterpootje. ‘Mooi zo!’ dacht Catootje terwijl ze richting kabouters sloop. Daar aangekomen zette ze de bekers Wiebelsap-speciaal neer- en… na paar minuten later hoorde ze enthousiast kaboutergeslurp..  weer een paar minuten later: kaboutergesnurk. ‘Dat klinkt als muziek in mijn oren!’ sprak Catootje vrolijk terwijl ze naar Gargars arm liep. Ze duwde het pakketje uit de arm; met een zachte plof! viel het op de grond. Enkele sekonden later kwam Leentje tevoorschijn: lichtbozig met warrige pels, maar verder helemaal in orde. Leentje wreef in haar ogen, keek even rond en zag snurkende kabouters, omgevallen bekers Wiebelsap en Catootje.. Het werd haar al snel duidelijk door wie ze was bevrijd!

De zon was al aan het ondergaan, de man merkte dat het fris werd in de tuin. Toen hij het pastel van Nibbit af had, was hij een beetje in slaap gesukkeld in de hangmat onder de kersenbomen. Hij stond op, schudde de bloesemblaadjes van zijn kleren en rekte zich uit.
Hij luisterde eens goed en hoorde, behalve een zingende merel, niks. De konijnen waren blijkbaar uit vergaderd, dus hij kon wel weer eens binnen gaan kijken. De kamer was leeg, alleen Kobus zat nog onder de voorzittersstoel. De man ging op zijn hurken zitten en hield zijn gezicht op neushoogte voor Kobus ter begroeting. ‘Zo, het zit er weer op Kobus!’ ‘Hmmm, het was een zware sessie maar we hebben een zaaischema. Kijk maar’, zei Kobus terwijl hij naar het schoolbord wees. Op het bord stonden wat vreemdsoortige krasjes, en op de grond lagen allemaal witte schilfers. Zo te zien had Pien gepoogd met krijt wat aantekeningen te maken. De man keek een tijdje naar het bord en probeerde te ontcijferen wat er stond. Toen hij Kobus wees op de krasjes, haalde deze zijn schouders op en zei ‘Vraag maar aan Pien’.

‘Waar is Pien?’, vroeg de man. Kobus gebaarde richting de slaapkamer van de meisjes.
In die kamer zaten Pien en Catootje samen Leentje op te monteren. Leentje leek wat in de war en haar lila nagellak was beschadigd. De dames leken te praten over kabouters die in de schuur zouden wonen.
Nee, ze hebben tijdens het overleg niet alleen berkenthee gedronken, dacht de man terwijl hij zijn schouders ophaalde.
Hij liep naar de keuken en begon met het voorbereiden van het avondeten.

Dat avondeten klaarmaken was altijd een nogal complex gebeuren, want in Aldaar eet iedereen alleen maar wat hij/zij echt lekker vindt.
En aangezien smaken nogal kunnen verschillen was het vaak een heel gepuzzel voor de man om het voor iedereen aantrekkelijk te houden om aan tafel te komen.
Toch dwaalden zijn gedachten af… kabouters in de schuur… hoe bedachten ze het !
De enige kabouter die in Hier was was zijn grijze grote vriend Kabouter die in Daar door het leven ging zonder tanden.
Gelukkig zou hij in Hier uiteindelijk weer helemaal compleet worden…de nieuwe tandjes begonnen al een heel klein beetje zichtbaar te worden toen de man onlangs in Kabouters ‘ mond keek.
Op Kabouters verzoek natuurlijk…in Aldaar is het de bedoeling dat er niets onder dwang gebeurt.
Zo mijmerde de man terwijl hij de gedroogde broccoli op een mooie serveerschaal legde.

Nou…dat was dan dus de gedroogde broccoli waar Meisje zo dol op is. Trouwens…ook de meeste anderen vonden die niet te versmaden.
Over dol op zijn gesproken…dacht de man opeens…nu heb ik warempel weer de peterselie voor Bram vergeten mee te nemen uit de tuin! En ik heb die lieve dikke Brammetje gisteren nog zo beloofd dat ik voor een schaal vol van dat lekker ruikende kruid zou zorgen vandaag…
En het was ook heel gezond voor Bram vanwege het gunstige effect op zijn omvang dacht de man, want het zou hem toch niet gebeuren dat hij weer aan het graven moest omdat de mollige lieverd zichzelf weer klem  had gezet in een door hem gegraven tunneltje.
Toen hij buiten kwam scheen de zon weer volop. En dat was fijn hoewel regen soms ook heel goed van pas kwam  als iedereen aan een stevige douchebeurt toe was.
De man liep in de richting van het bed peterselie en moest een beetje lachen om het geluid van gezang dat hem tegemoet kwam.
Het koor bestond uit konijnen die bijna allemaal prachtige stemmen hadden…met uitzondering van 1 meisje dan.
Pien ziet er geweldig uit dacht hij maar zingen?? Zo vals als een kraai…en dan ook nog zo vreselijk hard…je weet het meteen als zij aanwezig is.
Och…als ze maar plezier heeft…op naar de peterselie.

De man was weer terug in zijn keuken, spoelde de peterselie schoon onder de kraan en legde ze in een vergiet om uit te lekken.
Hij keek uit het raam en vroeg zich ondertussen af waar hij  Lot vandaag nu eens helemaal blij mee kunnen maken. In een vorig leven had hij vaak last van kraakjes in zijn longen.
Nu niet meer meer natuurlijk… in Aldaar heeft niemand meer ergens kraakjes… maar Lot was een van de weinigen die soms toch nog wat echo ‘s van Toen en Daar opving.
Er ging dan opeens een rimpeling door zijn lijf en zijn ogen staarden voor even nietsziend in verte.
Paardenbloemblad…jong, vers paardenbloemblad…dat zou zijn gedachten wel in het Hier en Nu houden!
En daar ging de man weer…op zoek naar mooie paardenbloemplantjes.
Wat is het toch fijn dat ik helemaal nooit moe meer ben sinds in Hier woon dacht hij…eindeloos kan ik bezig zijn met van alles en nog wat.
Ik zou zo naar de regenboog kunnen lopen en eens gaan onderzoeken of die emmer met goud er echt staat…zou leuk zijn dat te weten…
Misschien morgen…misschien ook niet…ik zie wel.
Ik heb de tijd…
Maar nu eerst het lekkers voor Lot!

‘s Avonds… toen de man in bed lag en de voorbije dag overdacht, schoten hem ook zijn gedachten over de regenboog weer te binnen. Die pot met goud… die te vinden zou leuk zijn geweest voordat ik Hier woonde. Nu niet meer … wat moet ik er mee, al zou die pot daar echt staan dan nog nam ik hem niet mee.
Toch kwam de man regelmatig bij de regenboog…  Bij de Regenboogbrug waarover alle dieren op een keer naar hem toe komen. Hij stond er altijd om hen te verwelkomen. Niemand vertelde het hem maar hij wist het altijd als er weer iemand zou komen. Het was soms heel verwarrend voor hen als ze de Brug overgingen en hij stelde hen dan op hun gemak, dat was een belangrijk deel van zijn werk. Dat  kleine meisje, Fleur heette ze, was wel heel erg ontdaan toentertijd. Het was fijn om te zien hoe ze het nu naar haar zin had. Vanmiddag zong ze nog als een Nachtegaal mee in het koor. Boven alles uit hoorde je haar. Ja…ja…geeuwde hij.. het is fijn Hier te zijn…
En toen sliep hij.

Het was ochtend… de man werd wakker van de zon die in zijn gezicht scheen.
Hij rekte zich uit terwijl de dromen van die nacht zijn hoofd verlieten en de werkelijkheid van de nieuwe dag hun plaats innam.
“Eerst weer voor het ontbijt van mijn vriendjes zorgen” dacht hij, “dat was in Aldaar zo en dat blijft Hier ook zo.
Daarna maak ik voor mezelf een lekker bordje pap.”
Hij slofte richting  keuken en dacht aan zijn verdere bezigheden van die dag…het Vlierbessen wiebelsap was bijna op…vanmiddag maar eens van die lekkere sappige nieuwe bessen gaan plukken, net als vroeger in Aldaar.
Want een nieuwe verblijfplaats hoeft niet in te houden dat oude gewoonten over boord moeten worden gegooid.
Zeker deze gewoonte was het waard in ere te worden gehouden…
Hij was zich er niet van bewust dat hij glimlachte…
Bijna was hij in de keuken, die aan het einde van de lange gang lag, toen hij opeens wist dat zijn dag er toch anders uit zou gaan zien.
Vanmiddag… vanmiddag… niks geen Vlierbessen oogsten…
vanmiddag ging hij naar de Regenboogbrug om een nieuw vriendje te verwelkomen!
Vriendje… een vriendinnetje dit keer…de kleine Zara kwam er aan!
“Wat fijn” dacht de man…een nieuw konijn er bij…dat brengt weer extra leven in de brouwerij”.
Dat er in Aldaar mensen heel verdrietig waren omdat hun dier over de Regenboog brug ging… daaraan dacht de man wel eens maar hij werd er zelf niet verdrietig van.
In Aldaar zijn geen verdrietige gedachten.
“Nou…opschieten” dacht hij…” ik moet het ontbijt nog regelen en iedereen  inlichten over de komst van de nieuwe bewoonster…enz.enz. ”
Wat heb ik het druk!  dacht hij. En wat fijn dat ik het zo fijn vind om druk te zijn.

De man stond bij de Regenboogbrug te wachten tot Zara daarover naar hem toe zou komen. Hij zou haar wel verder tegemoet willen gaan maar dat was niet mogelijk… als je eenmaal in Aldaar bent is er geen terug. Het was lekker warm, precies goed, weer. Hij  ging op een met gras begroeid heuveltje zitten en kauwde op een fris geurend sprietje…het smaakte zoet. Toen hij zich daarvan bewust werd speelde er een glimlach rond zijn mond terwijl hij dacht “er mankeren alleen nog een mummelmondje en lange oren aan”… Maar het was heerlijk om al die mooie kleine wezentjes om zich heen te hebben… elke dag weer maakten ze hem blij. In de verte bewoog iets… kwam ze daar aan ? Hij stond op…keek… keek nog eens en zei hardop “welpotverrottepotvis…dat zijn er twéé… ”
Dat had de man nu nog nooit meegemaakt… Hij liep naar de poot-in-poot lopende dieren toe en zei “dat is nog eens een fijne verrassing ! Ik wachtte op Zara maar ehh … “dat ben ik hoor “zei het ene meisje “en hoe zij heet dat weet ik niet…toen ik bijna bij de brug was zat zij in het gras en omdat ze niet zo goed durfde heb ik haar maar meegenomen… dat is toch wel goed? ”
“Maar natuurlijk” zei de man “alle konijnen komen op een gegeven moment naar hier en allemaal zijn ze welkom”.
En zo stapten er even later een man met zijn handen op zijn rug en twee konijnen poot-in-poot over het pad…

Ze gingen naar huis!